Toen ik in januari begon te trainen, was een rit van 4 uur op zaterdag de lange duurrit. In april was het normaal om op woensdag na werk 4-5 uur en 100 km te fietsen met Guille. Een groot deel van die ritten reden we in het donker en dat vonden we normaal. De duurritten in het weekend waren doorgaans langer dan 10 uur en ook dat begon ik normaal te vinden.
Ik had me ingeschreven voor de Traka Adventure. Een self-supported gravelrace van 560 km met 10.000 hoogtemeters vanaf Girona naar de Pyreneeën en terug. Vorig jaar deed ik de 360 km en dat smaakte naar meer, er was eigenlijk weinig twijfel of ik dit jaar de ultra versie zou doen.
Hoewel zo’n rit natuurlijk een flinke fysieke uitdaging is, zit de essentie vooral in het mentale aspect. Mijn aanpak voor deze uitdagingen is om het allemaal te kleineren en te normaliseren in mijn hoofd. Het is goed dat mensen me voor gek verklaren als ik vertel wat de trainingsplannen voor het weekend zijn, maar het is nog beter als ik tot dat moment nog niet stil had gestaan dat het misschien raar is dat ik om 4 uur op wil staan om 15 uur te gaan fietsen.
Ooit had ik voor mezelf het doel gesteld om de race in 30 uur te finishen, dat was verder nergens op gebaseerd behalve dat dat als een uitdagend doel voelde en als een mooi getal klonk. Zo’n doel stellen stelt eigenlijk niks voor, er zijn zo veel factoren waar je geen rekening kunt houden dat het onmogelijk is om te voorspellen hoe lang je er over zal doen. Maar het zette een richtlijn, ik moest wennen aan het idee dat 30 uur fietsen haalbaar (en leuk) zou zijn. Ook had ik al vroeg bepaald dat ik niet zou slapen. Ten eerste, omdat je dan harder moet fietsen om de 30 uur te halen, en ten tweede omdat je dan minder spullen hoeft mee te nemen.
Veel mensen probeerden me te overtuigen dat een of twee uur slaap ten goede zou komen op de tweede dag, maar niet slapen is eigenlijk gewoon de makkelijke tactiek. Je hoeft zo veel minder dingen voor te bereiden en ook tijdens de race hoef je minder beslissingen te nemen. Je hoeft niet na te denken welke slaapspullen je mee wilt nemen, waar je wilt gaan slapen, voor hoelang je wilt gaan slapen. Het enige dat je hoeft te doen, is jezelf te overtuigen dat het best haalbaar is om de nacht door te fietsen. Ik had al eens eerder de nacht doorgefietst en was toen verbaasd over hoe goed me dat afging, dus mijzelf hiervan overtuigen was niet zo moeilijk.
Mijn nieuwe woonplaats, Barcelona, biedt een perfecte omgeving om te trainen voor een race als dit. Er is prachtige natuur waar je uren over gravelpaden kunt verdwalen, bergen om de hoogtemeters te trainen, je kunt de hele winter door trainen, en het is hier hartstikke normaal om in het donker op de fiets te stappen. Al deze dingen had ik in Nederland niet, maar ik realiseer me dat Nederland wel de perfecte omgeving biedt om mentale weerbaarheid te trainen. Eerlijk is eerlijk, op een dijk in de regen met tegenwind fietsen is vele malen zwaarder dan een pittige klim in de zon met prachtig uitzicht. Daarnaast heb ik in Nederland geleerd om mijn training niet van externe factoren af te laten hangen. Als je in Nederland het weer laat bepalen of je wel of niet op de fiets stapt, blijven er weinig trainingsdagen over. Daarentegen, als de weersvoorspelling ook maar enigszins bewolkt is hier, is het wachten op het appje van Guille of we misschien op een andere dag moeten gaan.
Er zat weinig structuur in mijn training voor de Traka, de enige regels die ik had waren dat ik geen smoesjes moest bedenken om niet te gaan trainen, dat geen plan te gek was, en dat ik plezier moest vinden in de trainingen. Dat ging me allemaal eigenlijk best prima af. Het arbitraire doel van 30 uur begon wel te knagen. Als ik trainingen van 200 km deed realiseerde ik me pas hoe ambitieus dat doel was. Ik ging door een proces waar ik dat doel moest loslaten en misschien mezelf moest vertellen dat het finishen van deze race, ongeacht de eindtijd, een uitdaging op zich was. Fysiek voelde ik me sterk, er zat duidelijke progressie in de training en ik leerde om naar mijn lichaam te luisteren om tijdens de lange ritten de energie goed te verdelen.
De race ging om 7 uur ’s ochtends van start. De route begon met drie lange beklimmingen waarin het merendeel van de hoogtemeters zat. Mentaal was dat een hele uitdaging, want die kilometers schoten echt voor geen meter op. Het hielp me echter om al snel het doel van 30 uur als totaal onrealistisch te zien en daardoor het hele tijdsaspect los te laten. Je rijdt eigenlijk nooit op een tempo waarvan je echt moe wordt, want dat kan je niet volhouden. Dus als je een klim van 20 km moet doen, gaat het er niet om hoe snel je de top bereikt maar dat je jezelf gedeisd kunt houden om ook de 400 km die daarna nog komen kunt uitrijden. Op de tweede bergtop lag nog sneeuw en daar begon ik me zorgen te maken of ik misschien te weinig kleding meegenomen had. Ik trok alles aan en nog was het heel erg koud, zou ik genoeg mee hebben om de nacht door te komen?
De eerste 10 uur hield ik me perfect aan het voedingsplan dat ik gemaakt had, wat simpelweg neerkwam op constant eten. Er is eigenlijk geen manier om te compenseren voor de calorieën die je tijdens zo’n inspanning verbrandt. Tegen de avond begon al dat suiker me toch wel tegen te staan wat twee dingen betekende: ik moest vaker stoppen om hartig en vast voedsel te kopen (pan con tomate met kaas), en ik ging al het suiker dat ik had meegenomen nooit op maken (extra gewicht).
Bij het vallen van de avond stond nog een pittige klim, met vooral een hele technische afdaling op me te wachten. Gelukkig had ik deze al twee keer in een training gedaan en hoewel ik wist dat het geen makkelijk stuk was, had ik het allang gekleineerd in mijn hoofd. In vergelijking met die andere drie bergen van eerder op de dag, viel dit toch allemaal wel mee dus ik zou dit wel even doen. Na die afdaling kwam een enorme mentale meevaller, in een dorpje in de middle of nowhere was een barretje open speciaal voor ons. Er zaten meerdere deelnemers en ik nam uitgebreid de tijd om even (mentale) rust te pakken en goed te eten. Hoewel er veel andere deelnemers zaten, kwamen de gesprekken niet veel verder dan bevestigen dat die laatste afdaling gekkenwerk was en dat we nog een hele nacht voor ons hadden (het was pas 12 uur ’s avonds).
Ik had weinig keuzes om te maken, doorfietsen was de enige optie
Opgeladen begon ik aan die nacht, dit stuk van de route was bekend terrein voor mij. Het is een prachtig gebied (hoewel je daar ’s nachts weinig van ziet), en het was overwegend afdalen wat ook zeker hielp. Er waren zeker momenten waar ik mijn keuze om niet te slapen betwijfelde, maar ik had het mezelf makkelijk gemaakt. Het koelde af in de nacht en ik had maar net genoeg kleding mee om fietsend comfortabel te blijven. Er was geen twijfel of ik ergens een snelle powernap zou doen, want ik zou zeker te veel afkoelen wat me niet ten goede zou komen. Dus ik had weinig keuzes om te maken, doorfietsen was de enige optie. In de vroege uren fietste (of eigenlijk liep) ik door het natuurgebied van Cap de Creus, een van mijn favoriete plekken. Even stond ik mezelf toe m’n ogen te sluiten terwijl ik gestopt was om mijn jas op te bergen. Dat voelde net íets te comfortabel en het was niet makkelijk om dat comfort te doorbreken. De zonsopkomst gaf een enorme energieboost en ik voelde een mentale switch. Ik twijfelde eigenlijk niet meer of ik de finish zou halen, het was puur een kwestie van ‘even’ (nog zo’n 10 uur) doorbikkelen en dan was het allemaal klaar. In Roses belde ik mijn oom en dronken we samen koffie bij de bakker terwijl ik probeerde te compenseren voor de calorieën die ik in de nacht niet gegeten had.

Vanaf hier zou het makkelijke deel van de route komen, het was nagenoeg vlak tot aan Girona met nog maar een echte klim te gaan. Ik had 350 km uitgekeken naar dat vlakke stuk, maar toen het er eenmaal was, bleek het misschien wel het zwaarste stuk van de race. Fysiek was het prima, maar mentaal was het een uitdaging. In vergelijking met die prachtige bergen was dit stuk gewoon saai, lange rechte wegen met weinig prikkels. Misschien zat hier de keerzijde van het kleineren. In mijn hoofd zou dit vlakke stuk zo voorbijvliegen. Ondanks dat je veel sneller gaat dan in de bergen, schieten de kilometers niet op. Ik begon de kilometers en de uren af te tellen in mijn hoofd, iets wat je eigenlijk nooit moet doen bij duursporten – dat weet iedereen. Ik was zeker niet de enige die dit zo ervaarde, ik reed een stuk samen met een andere jongen en samen konden we niet wachten tot we eindelijk bij die laatste klim zouden komen. Na 100 km vlakte kwam die klim dan eindelijk, verlost van de eentonige vlakte begon ik veel te enthousiast aan de klim. We kwamen hier ook samen met de deelnemers van de Traka 200 en het gaf me een egoboost om omringd te zijn met mensen en er zeker niet als slechtste bij te zitten. Na 4 kilometer in het rood de berg op te sprinten realiseerde ik me dat er nog 4 kilometer te gaan waren en dat ik daarna ook nog 80 km tot de finish te gaan had. Ik nam wat gas terug en kwam terug in de survivalstand.
‘Nog eventjes’ die laatste 80 km rijden bleek toch weer een uitdaging. Ik blijf me verbazen over het mentale effect van ‘bijna’ bij de finish te zijn. Als je een rit van 100 km doet, voelen de laatste 10 zwaar omdat je er bijna bent. Als je een rit van 560 km doet, ben je na 90 km nog hartstikke fris, maar kennelijk komt dat zelfde effect rond de 500 km om de hoek kijken. Ik zou graag leren hoe dat werkt, en vooral hoe je dat gevoel vermijdt, maar deze dag moest ik er helaas toch mee omgaan.
Na 34 uur reed ik over de finish terug in Girona.
De sfeer was geweldig en overweldigend, er waren meerdere vrienden gekomen om me te ontvangen bij de finish. Hoewel ik dat enorm waardeerde, was er weinig energie over om dat te uiten. Ik plempte mezelf in een stoel en kon eindelijk de vermoeidheid in mijn lichaam en hoofd toestaan, daarnaast blijkt dat er na 34 uur inspanning weinig van mijn Catalaans over is.
Het doel van deze uitdagingen is om mezelf te pushen en waardering te voelen voor waar ik toe in staat ben. We zijn enorm goed in het vergeten van pijn en als ik terugdenk aan de race kan ik vooral de momenten van geluk herinneren. Het zal dus niet lang duren voor ik weer een nieuw plan moet gaan kleineren — over vier weken alweer, om precies te zijn.